Het risico van werkeloos worden na aangaan van de hypotheek
Stel de volgende situaties.
1) U heeft een inkomen van € 55.000, u bent getrouwd en uw partner heeft geen eigen inkomen. U heeft een hypotheek van € 200.000. U betaalt 5% rente (= € 10.000) per jaar en € 100 per maand aan opbouw en risicoverzekering (€1200 per jaar).
U bent 29 en u heeft een vaste aanstelling en bent in dienst sinds 1-1-2007.
U wordt ontslagen.
Hoe hoog is uw uitkering? Hoe lang duurt deze?
Voor de WW wordt eerst gekeken naar de weken eis. U moet 26 van de 36 laatste weken gewerkt hebben. Dit is bij u het geval. Hierdoor heeft u recht op een uitkering gedurende 3 maanden.
Vervolgens wordt er gekeken of u van de laatste 5 jaar er minstens 4 gewerkt heeft. Is dit het geval dan krijgt u per gewerkt jaar een maand uitkering. U voldoet echter niet aan dit criterium. Voor u is de uitkering dus 3 maanden.
Uw uitkering is de eerste 2 maanden 75% van het laatst verdiende loon met als maximum met max dagloon. U verdient meer dan het max dagloon ( € 48.716) U krijgt dus de eerste 2 maanden 75%*€ 48.716/12= € 3044,73 per maand. Daarna krijgt u nog 1 maand 70%= € 2841,75. Daarna zult u terug vallen op de Wet Werk en Bijstand. U zult dan eerst eventueel eigen vermogen moeten opmaken. Uw inkomen zakt tot het minimum niveau. In uw geval € 1234,09 per maand.
2) U heeft een inkomen van € 35.000, u bent getrouwd en uw partner heeft een inkomen van €20.000. Het bruto gezinsinkomen is dus gelijk aan situatie 1. U heeft dezelfde hypotheek als in situatie 1. Uw leeftijd is 44 en u werkt sinds uw 26ste.
U wordt ontslagen.
Hoe hoog is uw uitkering? Hoe lang duurt deze?
U voldoet aan zowel de weken als de jaren eis. U heeft echter ook nog fictieve arbeidsjaren. Het aantal meetellende jaren voor u zijn:
Van uw 18de tot 1998 = 14 jaar.
Van 1998 tot nu = 12 jaar.
U krijgt dus 2 maanden 75% laatst verdiende loon = € 2187,50, daarna krijgt u nog 24 maanden 70% = 2041,67 per maand. Daarna krijgt u niks meer. Ook geen uitkering uithoofde van de Wet Werk en Bijstand. Dit omdat uw partner teveel verdient.
Zoals u ziet zijn er grote verschillen in de gevolgen. Het is dan ook belangrijk dat u deze risico’s voor uw situatie goed in kaart laat brengen en waar nodig met een verzekering of spaargeld afdekt. In bovenstaande situaties zijn er nog meer verschillen. In situatie 1 wordt u netto veel harder geraakt dan in situatie 2. Dit doordat in situatie 2 er inkomen van de partner overblijft en omdat er in situatie 2 de rente tegen vrijwel hetzelfde tarief kan blijven worden afgetrokken. In situatie 1 gaat het progressieve tarief snel terug van 52% naar33,45%.