Image 01

Archive for januari, 2011

Zin en onzin over beleggen deel 3

dinsdag, januari 18th, 2011

Risico en risico acceptatie.

Elke dag stellen wij ons aan allerlei risico’s bloot. We nemen deel aan het verkeer, gaan op vakantie en laten ons huis achter. We brengen onze kinderen naar een crèche of zwemles. We trouwen, kopen een huis, we sparen bij een bank, we beleggen. We kunnen er niet omheen, risico hoort bij ons leven. Toch willen we zoveel mogelijk risico vermijden. Tegelijkertijd willen zo min mogelijk concessies doen aan ons comfort en levensstijl. Sterker nog deze willen we het liefst verhogen. Helaas zijn deze wensen contrair. Hoe meer risico we bereid zijn te nemen hoe beter onze levensstijl wellicht kan worden. Tenzij het fout gaat.

Hoe bepaal je nou wat een acceptabel risico is?

Voor deelname aan het verkeer zullen de meeste van ons accepteren dat dit nu eenmaal moet. Waarbij we niet altijd even rationeel zijn. Er zijn nogal wat mensen bang van vliegen terwijl nu juist deze vorm van vervoer, statistisch gezien het veiligst is. Het is echter ook het vervoer waar je zelf geen invloed op hebt. (tenzij je zelf de piloot bent).

Anders is het als we een crèche of een sportclub uitkiezen. We zullen dan kijken naar de locatie, wat we van anderen erover horen en de indruk die we bij de kennismaking hebben. Natuurlijk geeft dit geen garantie dat er in de toekomst niet een verkeerd personeelslid zal komen te werken (of al werkt) of dat er een gek binnenkomt etc.. Bij deze laatste vorm hebben we voor ons gevoel een grote invloed in de keuzes, maar weten we waar we op moeten letten? Is het allemaal wel te voorzien?

Als we deze mogelijkheden doortrekken naar beleggen dan zijn er dus een aantal vragen?

Is deelname aan beleggingen onoverkomelijk, net als deelname aan het verkeer?

Zijn we zelf in staat om de te nemen beslissingen te begrijpen? Of hebben we hulp van een professional nodig? Indien we hulp nodig hebben, hoe kies je de professional?

De vraag of iemand moet beleggen kun je niet eenduidig beantwoorden. Wat wel zeker is, is dat als je stopt met werken en nog verder wil gaan met leven er iets geregeld zal moeten zijn. Voor een deel hebben we hiervoor in Nederland de overheid, deels  meestal de werkgever en tenslotte kunnen we zelf nog iets regelen. 

De eerste keuze die we hebben is die van de gewenste levensstandaard. Vervolgens wordt de vraag hoe deze behaald wordt.

Bij een niet al te hoge verwachting zal de AOW misschien voldoen. Het risico is dan het al dan niet voortbestaan van deze omslag regeling. Dit hangt af van wat de toekomstige generaties willen en kunnen doen. Dit is dus een onzekerheid.

Is de verwachting wat hoger dan is er meer geld nodig. Wellicht dat dit door de werkgever geregeld is. Hierbij kunnen verschillende regelingen van toepassing zijn. Bottom line is echter dat de toekomstige middelen afhankelijk zijn van de beleggingsresultaten.  Op deze beleggingen kunnen wij meer of minder invloed hebben. Wel is het zo, hoe minder risico wij bereid zijn te lopen, hoe meer het kost of hoe minder er straks besteedbaar is.

Tenslotte kunnen we zelf nog iets regelen. Al dan niet met fiscale voor of nadelen. Ook hiervoor geldt dat we beleggingsbeslissingen zullen moeten nemen.

Tenslotte is er dan nog een risico van inflatie. We hebben alle risico’s afgedekt,  weten tot op de euro nauwkeurig wat we vanaf 65 krijgen. We weten alleen niet wat we ervoor kunnen kopen. Vraag je maar eens af, hoeveel een brood koste toen je 10 jaar oud was.

Wat is de moraal?

Wat onze beslissing ook wordt, we lopen altijd een risico. De vraag is alleen welk risico we bereid zijn te accepteren. Om een risico te accepteren zijn er 2 mogelijkheden. Je begrijpt het risico en neemt een rationele beslissing of je bent blind voor het risico en gaat gewoon.

In een voorbeeld. Je wil een weg oversteken. Rationeel realiseer je, je dat er verkeer is en dat je dus moet timen  wanneer het veilig is. Ben je blind voor risico dan ga je gewoon. Dat kan verbazingwekkend vaak goed gaan.

Ik als adviseur heb die laatste mogelijkheid niet. Ik moet mijn klant informeren over de risico’s die hij loopt en wat de alternatieven zijn. Dat is een hele uitdaging. Het komt een beetje over als een piloot die de passagiers moet uitleggen hoe ze veilig moeten landen. De piloot vliegt en land weliswaar maar de passagier moet het begrijpen. Als adviseur mag je dan ook nog meteen de verschillen uitleggen met boot, trein, auto, fiets en wandelen.

Klaag ik? Nee ik doe het graag. Maar vertel me niet dat je beleggen eng vindt. Want waarschijnlijk doe je dit al jaren blindelings.

Zin en onzin over beleggen deel 2. De kans van 1 op een miljoen.

dinsdag, januari 11th, 2011

Er wordt nog al eens gestrooid met kansen om het idee van zekerheid te geven. De kans dat de AEX in 2008 met ongeveer 50% zou dalen was volgens de deskundigen 1 op een miljoen. Als ik dit soort beweringen hoor wordt ik wantrouwig. En wel om de volgende redenen:

De AEX is in maart 1983 opgericht en bestaat daarmee dus nu bijna 28 jaar. Voor de AEX hebben wij dus op zijn best 28 jaar metingen. Nemen we de stelling wat ruimer en kijken naar de MCI World index dan hebben we het op zijn best over 42 jaar metingen. Er worden echter al langer gegevens bijgehouden over de koersen van aandelen. Toch durf ik met enig stelligheid te zeggen dat dit nog geen 1 miljoen jaar gebeurd.

Wat er gebeurd is dat een theorie wordt geëxtrapoleerd. Hierbij worden alle metingen meegenomen. Vervolgens kan op basis van deze metingen een gemiddelde berekend worden en een standaarddeviatie. Deze standaarddeviatie kan in een grafiek worden weergegeven. Dit vormt dan de Gauss curve ofwel de normale verdeling.

Hoewel de curve de onderlijn raakt bij de uiterste waarnemingen kunnen wij in theorie doen als of hij dat eeuwig net niet doet. Binnen het bereik van 1x de standaarddeviatie (plus of min) liggen 68% van de resultaten. Bij 2x de standaarddeviatie is dit al 95%. De uitspraak over de kans van 1 op een miljoen kan theoretisch kloppen als je de standaard deviatie steeds vaker neemt tot waardes die nooit echt gemeten zijn. Dit kan echter alleen tot dat je de meting daadwerkelijk gedaan hebt. De uitspraak kon dit voor de crisis waar zijn, na de crisis weten we dat de kans vele malen groter is.

Zin en onzin over beleggen

donderdag, januari 6th, 2011

Regelmatig hoor ik bij bijeenkomsten over beleggen de volgende stelling:

Doordat u maandelijks betaald loopt u minder risico dan wanneer u een eenmalige inleg zou doen.

Het erge is dat ik dit zelfs bij vermogensbeheerders en fondsmanager hoor. Om te beginnen is het in de praktijk meestal geen keuze om een maandelijkse inleg te doen, het geld voor een eenmalige storting is er eenvoudigweg niet. Om de onzin van de stelling duidelijk te maken zal ik een voorbeeld uitwerken.

Stel iemand heeft € 50.000 en wil over 30 jaar € 300.000. Door het geld in keer te storten heeft hij dan een rendement nodig van 6,16%.

Gaat hij maandelijks inleggen dan zal het geld dat hij nog niet inlegt risicoloos renderen. In het voorbeeld ga ik uit dat dit kan met 3%. Zijn € 50.000 geeft dan een mogelijke maandbetaling van € 207,75. Om hiermee op € 300.000 uit te komen heeft hij een rendement nodig van 7,812%. Een verschil van 1,652%. Zoals iedereen hopelijk weet is meer rendement meer risico.

Meestal wordt de redenering echter de andere kant opgedaan. Er wordt uitgegaan van een risicoprofiel. Vervolgens wordt hierbij een eenmalige storting of een maandbedrag berekend. Het risico is dan gelijk, echter, de maandinleg wordt dan hoger. De fout in deze redenering is dus dat er geen rekening wordt gehouden met de tijdswaarde van geld.

Lifecycle fondsen.

De nieuwe rage momenteel lijken de lifecycle fondsen. De aanbieders geven aan dat het mooie van deze fondsen is dat het risico op het eind wordt afgebouwd. Dat dit laatste verstandig kan zijn betwist ik niet. Wat er niet bij wordt verteld is dat om op een zelfde rendement uit te komen er in het begin een hoger rendement nodig is en dus een groter risico moet worden gelopen. Precies hierin zit het risico van lifecycle fondsen. Als in het begin de benodigde rendementen niet gehaald worden, dan kan dit in een later stadium niet meer hersteld worden. De enige manier van herstel is bijstorten. Dit laatste is in het geval van pensioenen helaas niet toegestaan. Het zou dan ook naar mijn mening veiliger zijn om met hetzelfde rendement als de lifecycle te rekenen maar dit constant te houden. Dit geeft minder risico en een lagere volatiliteit. Opvallend hierbij vind ik dat ieder fonds het heeft over de risico reductie maar geen een fonds het heeft over het te verwachte rendement over de hele looptijd. Het moge duidelijk zijn dat als er gerekend wordt met 7% het risico navenant groot is.

Analytics Plugin created by Cheap Web Hosting - Powered by Hard Laptop Case and VLC Media Player Download.